Suppliers

Hoogbouw en balansventilatie vereist specifieke aanpak

Door: Simon van de Kamp
Bij het ontwerpen van balansventilatiesystemen in hoogbouwprojecten speelt vaak het vraagstuk hoe de verse lucht van buiten wordt aangezogen en verontreinigde lucht wordt afgevoerd naar buiten. Essentieel is dat bewoners worden voorzien van voldoende frisse lucht. Keuzes van juiste uitmondingen en dimensionering spelen hierin een belangrijke rol.
 

De ISSO 61 en ISSO 62 geven hierin adviezen. Wat ik merk is dat men hiermee regelmatig niet bekend is, handig dus om ze daarom eerst even uit te leggen.

Bij toepassing van collectieve kanalen worden meerdere WTW-toestellen aangesloten op een hierop gedimensioneerd verzamelkanaal. Vaak lopen deze kanalen verticaal in een schacht naar het dak op soms grote hoogte. Er zijn verschillende situaties mogelijk. Er kan bijvoorbeeld ook worden gekozen voor individuele aanzuig (gevel) en collectieve afvoer.

Uitgaand van collectieve toe- en afvoer gelden de volgende kwaliteitseisen:

1. Luchtsnelheid in kanalen
Deze wordt voor collectieve kanalen gesteld op maximaal 5 [m/s.] Aan de hand van de berekende ventilatiecapaciteit per appartement kan de totale luchtcapaciteit worden bepaald die via het collectieve kanaal moet worden getransporteerd. Op basis van de snelheid en de luchtcapaciteit kan de diameter van het collectieve kanaal worden bepaald. Verjonging in de kanalen kan worden toegepast, vaak wordt echter gekozen voor 1 collectieve diameter.

Voorbeeld: 5 bouwlagen, berekende ventilatiecapaciteit per appartement volgens Bouwbesluit: 225 [m3/uur]. Totale ventilatiecapaciteit: 1125 [m3/uur] Minimaal vereiste diameter: ø300 [mm]

2. Dampdichte en thermische isolatie
Geadviseerd wordt om de collectieve kanalen uitwendig dampdicht- en thermisch te isoleren. De reden hiervoor is dat door het hoge terugwinrendement (>95%) van WTW-toestellen de temperaturen in een koude periode in beide kanalen laag zullen zijn. Wanneer kanalen niet geïsoleerd worden kunnen deze uitwendig in de schacht gaan condenseren.

Naast bovengenoemde mogelijke condensvorming kan bij het niet isoleren van collectieve kanalen ongemerkt veel warmte verloren gaan. Omdat de schachtwand doorgaans niet geïsoleerd is en via transmissie warmte wordt doorgeleid naar de schacht neemt, door het continue luchttransport in de collectieve kanalen, het kanaal ongemerkt warmte mee naar buiten. Ik werd hierop gewezen door Bouwnext. Het niet isoleren van collectieve kanalen kan tot een toename van warmteverliezen leiden tot wel 25% in een appartement (bron: NZEB-tool)!


3. Pas terugslagkleppen toe
Zelf ben ik al bij heel wat appartementencomplexen geweest waar de terugslagkleppen niet waren toegepast. Vaak is de klacht dat men kooklucht ruikt uit andere appartementen. Omdat WTW-toestellen allemaal in hetzelfde kanaal verontreinigde lucht uitblazen kan het zijn dat om een bepaalde reden (weerstand of windbelasting in de dakkap) lucht in de onder- of bovenliggende appartementen wordt ingebracht. Dit gebeurt bij het niet toepassen van terugslagkleppen. Worden deze terugslagkleppen wel toegepast dan kan de lucht maar in één richting worden gestuurd. De Brink WTW-toestellen hebben een bijkomend voordeel dat de ventilatoren zich aanpassen aan de weerstand in de kanalen (constant Flow) en dus de weerstand in de klep goed kunnen pareren.

4. Ruimte tussen schachtwand en kanaal
Naast bovengenoemde aspecten is voldoende ruimte in de schacht van belang. Er wordt geadviseerd ten minste 50 mm. tussen schachtwand en collectief kanaal aan te houden. Ook wordt geadviseerd om afvoerkanalen verticaal te laten lopen.

5. Toepassing ondersteuningsventilatoren
Op grotere hoogtes kan de toepassing van ondersteuningsventilatoren nodig zijn. Vanaf 20 bouwlagen wordt dit een belangrijk aandachtspunt. In zo’n geval zal Brink in overleg met adviseur en installateur berekenen of deze inpassing benodigd is.

6. Brandkleppen
Schachten zijn doorgaans tevens een brandscheiding. Er moet dus naast een terugslagklep ook een brandklep worden toegepast. De ISSO 61 adviseert hier een maximale kanaalweerstand per klep van <20 [Pa].

7. Uitmonding
Tot slot is de uitmonding op het dak een belangrijk aspect. Hiervoor geldt de verdunningsfactor (NEN 1087) maar ook uitmonding en plaats hiervan zijn essentieel. Dit zal ik in een volgende blog uitvoeriger behandelen.

Bij toepassing van balansventilatie in hoogbouwprojecten is een goede voorbereiding essentieel anders ontstaan mogelijk bovengenoemde verschijnselen en soms zelfs klachten. Mijn collega's en ik adviseren u graag in het voortraject hoe om te gaan met de engineering van de collectieve kanalen. Alleen door een goede voorbereiding kunnen bewoners genieten van excellente lucht, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar!


In deze video vertellen Paul Vink van VIAC b.v. en Coos Schouten van Schouten Techniek welke bijdrage Brink heeft gehad bij de realisatie van dit enorm ambiteuze project ‘Leidse Schans’ in Leiden. Voor ons betekent dit project een succesvol bewijs van de realisatie van onze droom.
 Security code

Indien je een reactie plaats op het blog ga je akkoord met de privacyverklaring van Brink.